ECLI:NL:RBZWB:2024:2854
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning te Breda ongegrond verklaard
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Breda, welke door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €565.000 per 1 januari 2021. De rechtbank heeft het beroep op 26 maart 2024 behandeld en beoordeelt of de waarde te hoog is vastgesteld.
De heffingsambtenaar heeft de waarde bepaald met de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen zijn gebruikt die qua bouwperiode, type en ligging voldoende vergelijkbaar zijn. Belanghebbende voerde aan dat de referentiewoningen niet vergelijkbaar zijn vanwege verschillen in bouwjaar en constructie, en stelde een lagere waarde van maximaal €550.000 voor.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe rekening is gehouden met verschillen tussen de woningen, waaronder ligging, kwaliteit en onderhoud. De door belanghebbende aangevoerde overlast en staat van onderhoud zijn onvoldoende onderbouwd. Daarom is de WOZ-waarde niet te hoog vastgesteld en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Als gevolg hiervan blijven de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd en worden de proceskosten niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €565.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.