Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
.1.[gedaagde in conventie 1] ,
2.
[gedaagde in conventie 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zeeuwland, een woningcorporatie, verkocht een woning met een zelfbewoningsplicht aan twee kopers, beiden makelaar en registertaxateur. Na levering woonden zij samen met hun kinderen bijna twee jaar in de woning. Daarna verhuisde één koper met de kinderen naar een andere woning, terwijl de ander in de woning bleef ingeschreven en woonde.
Zeeuwland vorderde ontbinding van de koopovereenkomst wegens schending van de zelfbewoningsplicht en stelde dat sprake was van dwaling en bedrog. De kopers betwistten dat de verplichting tot zelfbewoning inhoudt dat beiden permanent in de woning moeten wonen en verwezen naar de feitelijke situatie en de contractuele bepalingen.
De rechtbank oordeelde dat de koopovereenkomst niet vereist dat beide kopers permanent in de woning verblijven, maar dat de woning de eigenschappen moet bezitten voor permanente bewoning. Eén koper voldoet aan de zelfbewoningsplicht door in de woning ingeschreven te staan en er te wonen. De tekortkoming van de andere koper rechtvaardigt geen ontbinding. Er is geen sprake van dwaling of bedrog.
De gevorderde kostenvergoeding door Zeeuwland wordt afgewezen. Het conservatoir beslag op de woning wordt opgeheven omdat het belang van Zeeuwland niet langer bestaat. De proceskosten worden aan Zeeuwland opgelegd, en de vorderingen van de kopers in reconventie worden afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontbinding af en beveelt opheffing van het conservatoir beslag.