ECLI:NL:RBZWB:2024:2872

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 mei 2024
Publicatiedatum
2 mei 2024
Zaaknummer
BRE 23/9222
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij aanslag inkomstenbelasting 2020

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2020. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is bevoegd verklaard om het beroep te behandelen nadat het door de rechtbank Noord-Nederland was doorgezonden.

De rechtbank stelt vast dat het griffierecht van €50,- niet tijdig is betaald, ondanks herhaalde aanmaningen per brief en aangetekende zending. Belanghebbende heeft geen verontschuldiging gegeven voor het niet voldoen van het griffierecht.

Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld en het bestreden besluit in stand blijft. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier N. Plasman op 2 mei 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/9222

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2024 in de zaak tussen

[belanghebbende] , domicilieadres te [plaats] , belanghebbende,

en

De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 12 juli 2023. Het beroep ziet op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2020 met [aanslagnummer] H.06.01.
1.1.
De rechtbank maakt uit de stukken op dat belanghebbende, zonder begeleidend schrijven of gronden, digitaal stukken heeft ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland. De rechtbank Noord-Nederland heeft het beroep doorgezonden naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, omdat deze rechtbank bevoegd is het beroep te behandelen.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van Pro de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 50,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Heeft belanghebbende het griffierecht tijdig betaald?
4. De griffier heeft belanghebbende bij brief van 30 augustus 2023 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 28 september 2023 belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 3 oktober 2023 om 13:35 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Nu belanghebbende geen begeleidend schrijven heeft bijgevoegd en geen adres heeft opgegeven zijn de brieven verzonden naar hetzelfde adres als de belastingdienst heeft gehanteerd bij verzending van de aanslag en uitspraak op bezwaar.
5. Belanghebbende heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
6. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 2 mei 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.