ECLI:NL:RBZWB:2024:289
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag inkomstenbelasting en toepassing overgangsregeling Nederland-Duitsland
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland sinds 2011, maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2019 met een belastbaar inkomen van €60.748 en een belastingrente van €19. Hij verzocht tevens om toepassing van de overgangsregeling uit de Goedkeuringswet, waarbij hij een hogere belastingvermindering claimde dan door de inspecteur toegekend.
De rechtbank weegt het verzoek tot uitstel van de zitting af, dat werd gemotiveerd door een woningbrand en gezondheidsproblemen, maar wijst dit af omdat het geschil hoofdzakelijk een juridische toepassing van de wet betreft en de zitting daardoor door kon gaan.
Inhoudelijk oordeelt de rechtbank dat de inspecteur de vermindering op grond van de overgangsregeling correct heeft berekend. Belanghebbende ging ten onrechte uit van het volledige bedrag aan inkomstenbelasting over het totale inkomen in plaats van het evenredige deel dat betrekking heeft op het pensioen waarop de regeling van toepassing is.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de aanslag en belastingrente in stand blijven. Belanghebbende krijgt geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2019 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.