Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 januari 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid).
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 30,00;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 70,00;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar de helft van het griffierecht van € 49 aan belanghebbende moet vergoeden, zijnde 24,50;
- bepaalt dat de Staat der Nederlanden de helft van het griffierecht van € 49 aan belanghebbende moet vergoeden, zijnde 24,50;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 109,25 aan proceskosten aan belanghebbende;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot betaling van € 109,50 aan proceskosten aan belanghebbende.