ECLI:NL:RBZWB:2024:2900
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens niet tijdig besluit
De rechtbank Zeeland-West-Brabant beoordeelde het verzoek van verzoeker om de inspecteur van de Belastingdienst te veroordelen in de proceskosten na intrekking van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit over een schadevergoeding.
Verzoekers gemachtigde had het beroep ingetrokken omdat op 22 november 2023 een beslissing zou zijn genomen, maar de inspecteur stelde dat hem geen dergelijke beslissing bekend was. De rechtbank stelde vast dat het verzoek om schadevergoeding niet kwalificeert als een aanvraag in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), maar eerder gebaseerd is op artikel 6:162 BW Pro of artikel 82 AVG Pro.
Omdat het verzoek geen besluit in de zin van de Awb betreft, kon verzoeker geen beroep instellen en is er geen sprake van tegemoetkomen door de inspecteur. Hierdoor is het verzoek om proceskostenveroordeling niet toewijsbaar.
De rechtbank wees het verzoek daarom af en benadrukte dat de verwarring over de vermeende beslissing van 22 november 2023 geen invloed had op het oordeel. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 6 mei 2024.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het verzoek om schadevergoeding geen besluit in de zin van de Awb betreft.