Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder feit 1 en 2 tenlastegelegde feiten.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 19 april 2024 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van twee aanrandingen op 11 augustus 2022 in een zwembad te Roosendaal. De slachtoffers waren twee minderjarige meisjes die verklaarden dat een man hen had betast tijdens het zwemmen.
De officier van justitie en de verdediging pleitten beiden voor vrijspraak, waarbij de officier erkende dat de aanrandingen hadden plaatsgevonden, maar twijfelde of verdachte de dader was. De verdediging stelde dat het signalement van de dader niet overeenkwam met het uiterlijk van verdachte, die de feiten ontkende.
De rechtbank oordeelde dat de aanrandingen wettig en overtuigend bewezen zijn, mede door consistente verklaringen van de slachtoffers die elkaar ondersteunen. Wel was er onvoldoende bewijs om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat verdachte de dader was. De inconsistenties in het signalement, zoals het al dan niet dragen van een snor en een tatoeage, en het verschil in zwembroekkleur tussen verdachte en de dader, gaven onvoldoende grond voor een veroordeling.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij de dader was van twee aanrandingen in een zwembad.