Uitspraak
2.De feiten
3.De verzoeken
primairde echtelijke woning met hypotheken vooralsnog niet te verdelen, waardoor de vrouw, na inschrijving van de echtscheiding, een overname van de woning met hypotheek kan trachten te bewerkstelligen en
subsidiairte bepalen dat de onroerende zaak gelegen te [postcode] [woonplaats 2] , aan [adres] , op de navolgende wijze in de verdeling wordt betrokken:
4.De beoordeling
- periode 1: vanaf de inschrijving van deze echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand tot aan het moment waarop de vrouw de echtelijke woning heeft overgenomen, dan wel de echtelijke woning is verkocht en geleverd aan een derde;
- periode 2: vanaf het moment waarop de vrouw de echtelijke woning heeft overgenomen, dan wel de echtelijke woning is verkocht en geleverd aan een derde.
- netto hypotheekrente € 270,=
- premie leven
- netto hypotheekrente € 570,=
- aflossing hypotheek € 375,=
- gemeentelijke belastingen € 14,=
- opstalverzekering € 19,=
- waterschapslasten
werkelijkekosten. Het is de keuze van de man geweest om een pand uit 1910 te kopen. Het is een feit van algemene bekendheid dat een dergelijk oud pand onderhoudsrisico’s kent. Het staat de man vrij voor eventuele mogelijke toekomstige onderhoudsuitgaven maandelijks een bedrag te reserveren. Dit betekent echter niet dat een dergelijke reservering als kostenpost in aanmerking wordt genomen. Nu niet is gebleken dat de man daadwerkelijk onderhoudskosten heeft gemaakt, nu maakt dan wel op korte termijn zal moeten maken, zullen deze kosten buiten beschouwing worden gelaten.
Tussen de echtgenoten bestaat een gemeenschap van inboedel. De echtgenoten sluiten elke andere gemeenschap van goederen uit.’.
- de echtelijke woning aan [adres] te [woonplaats 2] en de daarop rustende hypothecaire geldleningen bij Florius met de nummers [nummer 1] en [nummer 2] ;
- de gezamenlijke Rabobankrekening met het [rekeningnummer] .