ECLI:NL:RBZWB:2024:2968

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 mei 2024
Publicatiedatum
7 mei 2024
Zaaknummer
BRE 24/1414
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:1 AwbArt. 1:3 AwbArt. 6:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in bestuursrechtelijk beroep wegens civielrechtelijke kwestie

Eiser heeft op 24 januari 2024 beroep ingesteld tegen een beslissing waar hij het niet mee eens is, maar heeft geen kopie van het bestreden besluit gevoegd. De rechtbank constateert dat het beroep betrekking heeft op geschillen tussen eiser en de voormalige uitbater van een café en een B.V., waarbij sprake is van een civielrechtelijke kwestie.

De rechtbank overweegt dat bestuursrechtelijke beroepen alleen kunnen worden ingesteld tegen besluiten van bestuursorganen zoals bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht. Omdat het hier gaat om een civielrechtelijke zaak waarin een vonnis is gewezen, is de bestuursrechter kennelijk onbevoegd.

De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het beroep, heft geen griffierecht en ziet geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. Doorzending naar de civiele rechter is niet mogelijk volgens de Awb. De uitspraak is gedaan op 3 mei 2024 door rechter S.A.M.L. van de Sande.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep wegens het ontbreken van een bestuursbesluit en de civielrechtelijke aard van het geschil.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/1414

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 mei 2024 in de zaak van

[eiser], uit [plaats], eiser

(gemachtigde: mr. N.P.C.C. Langenberg)

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of zij bevoegd is om van het beroep van eiser kennis te nemen.
1.1
Het is niet nodig dat eiser op een zitting wordt gehoord. De bestuursrechter is kennelijk onbevoegd om van dit beroep kennis te nemen. Daarom doet de rechtbank uitspraak zonder zitting Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiser heeft op 24 januari 2024 beroep ingesteld. Eiser heeft bij zijn beroepschrift geen kopie van de beslissing waar hij het niet mee eens is gevoegd.
2.1
Bij brief van 23 februari 2024 heeft gemachtigde zich namens eiser gesteld. Ook gemachtigde heeft geen kopie van het besluit dat wordt bestreden meegestuurd.
2.2
Uit wat eiser in zijn beroepschrift heeft vermeld, maakt de rechtbank op dat eisers beroep betrekking heeft op geschillen tussen eiser en de voormalige uitbater van een café dat eiser overgenomen heeft en tussen eiser en de [B.V.]. Eiser spreekt over een rechtszaak in 2006 waarvan hij het vonnis pas in 2022 heeft ontvangen waardoor hij niet de kans heeft gehad om in hoger beroep te gaan.
2.3
De rechtbank overweegt dat beroep bij de bestuursrechter alleen kan worden ingediend tegen een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Awb. Dit volgt uit artikel 8:1 van Pro de Awb. Dat wil zeggen dat beroep alleen kan worden ingediend tegen een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Van een dergelijk besluit is niet gebleken. Gelet op de omschrijving van de beslissing waar eiser het niet mee eens is en de woorden “contract” en “rekeningen” in het beroepschrift stelt de rechtbank vast dat sprake is van een civielrechtelijke kwestie waarin de civiele rechter vonnis heeft gewezen. Daarom is de rechtbank als bestuursrechter niet bevoegd om van dit beroep kennis te nemen.

Conclusie en gevolgen

3. De rechtbank als bestuursrechter is kennelijk onbevoegd. Dat betekent dat zij de zaak niet mag behandelen. Doorzending van het beroepschrift naar de burgerlijke rechter is niet mogelijk, omdat artikel 6:15 van Pro de Awb daarin niet voorziet.
4. Omdat de rechtbank kennelijk niet bevoegd is kennis te nemen van het beroep is geen griffierecht geheven. Voor een vergoeding van proceskosten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 3 mei 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl..
De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.