Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 mei 2024 in de zaak tussen
4. [verzoeker 4]
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur,
Stichting Alweluit Breda (vergunninghouder).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur voor de realisatie van 100 flexwoningen met een instandhoudingstermijn van 15 jaar. Het project betreft een afwijking van het bestemmingsplan, aangezien de locatie de bestemming 'Agrarisch' heeft.
Verzoekers maakten bezwaar tegen het besluit en stelden onder meer dat de vergunning in strijd is met de Omgevingsvisie, dat de waterhuishouding onvoldoende is onderzocht en dat alternatieve locaties geschikter zouden zijn. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker sub 2 belanghebbende is en dat het verzoek om voorlopige voorziening inhoudelijk beoordeeld kon worden.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het project als bijzondere woonvorm kan worden aangemerkt en niet in strijd is met de Omgevingsvisie. De behoefte aan flexwoningen is voldoende onderbouwd met verwijzing naar de Woondeal en lokale afspraken. De stellingen over wateroverlast en verkeersafwikkeling boden onvoldoende grond voor een voorlopige voorziening, mede omdat het waterschap betrokken is en aanvullende maatregelen mogelijk zijn.
Ook het alternatief van gebiedsonderdeel 5 werd niet als gelijkwaardig en met minder bezwaren beoordeeld. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor vergunninghouder de werkzaamheden op eigen risico mag voortzetten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de omgevingsvergunning voor 100 flexwoningen geldig blijft.