Op 8 november 2023 heeft verdachte in Tilburg opzettelijk brand gesticht aan een geldautomaat die aan de buitenkant van een kraakpand was bevestigd. De rechtbank acht bewezen dat hierdoor gemeen gevaar voor goederen ontstond, maar niet dat er levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen was. Verdachte bekende het feit en ook het vernielen van een container van het Brabants Afvalteam kort daarna.
De rechtbank oordeelde dat het gevaar voor personen onvoldoende was onderzocht en dat de verklaring van de dienstdoende brandweercommandant geen concrete inschatting van gevaar gaf. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het onderdeel levensgevaar. De strafbaarheid van beide feiten werd vastgesteld.
De officier van justitie eiste 24 maanden gevangenisstraf waarvan 12 voorwaardelijk, maar de rechtbank legde een lagere straf op van 16 maanden, waarvan 8 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De bijzondere voorwaarden zijn gebaseerd op het advies van de reclassering, waaronder meldplicht, psychodiagnostische behandeling, beschermd wonen, inspanning voor werk en middelencontrole.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het risico op recidive. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht en het bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven zodra het voorarrest gelijk is aan het onvoorwaardelijke deel van de straf.