Eisers maakten bezwaar tegen het besluit van gedeputeerde staten (GS) van Zeeland dat instemming gaf aan het bedrijventerreinenprogramma Walcheren. GS verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het instemmen met het programma een voorbereidingsbesluit zou zijn, waartegen geen bezwaar openstaat.
De rechtbank oordeelt dat het instemmen niet als voorbereidingsbesluit kan worden aangemerkt, maar ook geen appellabel besluit is omdat het niet gericht is op een rechtsgevolg. Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast stelde eiser 3 dat GS niet tijdig had beslist op het bezwaar, waardoor dwangsommen waren verbeurd. De rechtbank stelt vast dat GS ten onrechte de beslistermijn had opgeschort en veroordeelt GS tot betaling van een dwangsom van €184 aan eiser 3.
Eiser 3 krijgt daarnaast een proceskostenvergoeding van €1.750 en GS wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het de dwangsom betreft.