ECLI:NL:RBZWB:2024:3006
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2019
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2019, waarbij de inspecteur het door de gemeente doorgegeven inkomen als juist heeft aangenomen en een restant persoonsgebonden aftrek heeft geweigerd.
De rechtbank heeft het beroep op 23 april 2024 behandeld, waarbij belanghebbende niet is verschenen. De rechtbank heeft het verzoek tot uitstel en samenvoeging van procedures afgewezen vanwege het belang van een doelmatige procesgang en eerdere uitstelverzoeken.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur de aanslag niet te hoog heeft opgelegd, omdat het inkomen door de gemeente is bevestigd en belanghebbende geen onderbouwing heeft gegeven voor een lagere aanslag of aftrek. Ook de belastingrente is correct berekend.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aanslag blijft ongewijzigd. Belanghebbende hoeft geen griffierecht te betalen vanwege betalingsonmacht.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2019 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft ongewijzigd.