ECLI:NL:RBZWB:2024:3007
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslag inkomstenbelasting 2019 wegens ontbreken heffingsrecht Nederland
Belanghebbende, woonachtig in België, ontving in 2019 een lijfrente- en pensioenuitkering uit Nederland. Een deel van de pensioenuitkering werd doorgestort aan zijn ex-partner. Belanghebbende gaf deze uitkeringen aan in zijn Belgische belastingaangifte, waarbij het doorgestorte deel werd verminderd.
De Nederlandse inspecteur legde echter een aanslag inkomstenbelasting op waarbij zowel de lijfrente als de volledige pensioenuitkering, inclusief het doorgestorte deel, werden belast, en bracht belastingrente in rekening. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag en startte beroep bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat Nederland geen heffingsrecht heeft over deze pensioenuitkering en vernietigt daarom de aanslag en de beschikking belastingrente. Tevens krijgt belanghebbende een proceskostenvergoeding toegekend voor de bezwaar- en beroepsfase. De inspecteur wordt veroordeeld tot betaling van het griffierecht en de proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de aanslag inkomstenbelasting 2019 en de belastingrente omdat Nederland geen heffingsrecht toekomt.