ECLI:NL:RBZWB:2024:3020

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 april 2024
Publicatiedatum
8 mei 2024
Zaaknummer
C/02/420802 / FA RK 24/1557
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Kroon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte zorg bij terugval door persoonlijkheidsstoornis en verslavingsproblematiek

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 17 april 2024 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1974, die lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis gecombineerd met verslavingsproblematiek. Betrokkene vertoont bij terugval destructief gedrag en overmatig alcoholgebruik, wat leidt tot ernstig nadeel zoals levensgevaar en maatschappelijke teloorgang.

Het verzoek tot zorgmachtiging werd ingediend door de officier van justitie en ondersteund door medische verklaringen, een zorgplan en bevindingen van de geneesheer-directeur. Tijdens de mondelinge behandeling was betrokkene aanwezig met zijn advocaat, evenals een sociaal psychiatrisch verpleegkundige en zijn partner. De officier van justitie was niet aanwezig.

Betrokkene erkende het risico op terugval ondanks zijn stabiele functioneren en therapeutische behandeling. De sociaal psychiatrisch verpleegkundige onderschreef de noodzaak van verplichte zorg, hoewel een zelfbindingsverklaring wenselijker was geweest. De rechtbank concludeerde dat vrijwillige zorg niet mogelijk is bij terugval en dat verplichte zorg noodzakelijk is.

De verplichte zorg omvat het beperken van de bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de maatregelen zijn evenredig en naar verwachting effectief. De zorgmachtiging geldt voor de duur van twaalf maanden, tot en met 17 april 2025.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte opname en bewegingsbeperking.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/420802 / FA RK 24/1557
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 17 april 2024van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1974 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres] ,
thans verblijvende in de [accommodatie] , [locatie] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. H.M.Th. de Pont te Tilburg.

1.Procesverloop

1.1
Het procesverloop blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 29 maart 2024.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 28 maart 2024;
- de medische verklaring van 20 maart 2024;
- een zorgplan van 1 februari 2024;
- een zorgkaart van 2 oktober 2023;
- een uittreksel uit het curateleregister;
- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet Bopz en de Wvggz;
- een afschrift van de justitiële documentatie en politiemutaties.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 april 2024, in de hierboven genoemde accommodatie.
1.3
Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de heer [naam] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige.
Tevens was aanwezig, maar is niet gehoord:
- de partner van betrokkene.
1.4
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen ten behoeve van betrokkene, voor de duur van twaalf maanden en voor de navolgende vormen van verplichte zorg:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.

3.Standpunten

3.1
Betrokkene merkt op dat hij zelfstandig woont en dat hij thans voldoende stabiel functioneert. Echter door zijn persoonlijkheidsstoornis in combinatie met verslavings-problematiek kent hij soms nog periodes, waarin er van een terugval sprake is. Hij kampt dan met zodanig heftige emoties, dat hij zichzelf verliest in overmatig gebruik van alcohol-houdende drank. Daardoor raakt hij verward, verliest hij zichzelf in destructief gedrag en veroorzaakt hij veel overlast voor anderen. Bij beschikking van 2 november 2023 is een zorgmachtiging verleend, geldend tot en met 2 mei 2024, ingevolge welke machtiging er tot klinische opname kan worden overgegaan wanneer er bij hem van een dergelijke terugval sprake is. Ondanks dat hij momenteel met therapeutische behandeling consequent serieus aan zichzelf werkt acht hij het risico dat een terugval, zoals hiervóór door hem toegelicht, zich opnieuw zal voordoen nog steeds aanwezig. Daarom kan hij er achter staan dat een opvolgende zorgmachtiging wordt verleend, zoals verzocht.
3.2
De sociaal psychiatrisch verpleegkundige brengt naar voren dat hij de noodzaak tot het verlenen van een zorgmachtiging voor de aldus verzochte zorgvormen en de gevraagde periode onderschrijft. Dit maakt dat, hoewel in zijn visie een zelfbindingsverklaring meer in de rede had gelegen, hij achter het voorliggend verzoek kan staan.
3.3
De advocaat van betrokkene verwijst voor wat betreft het door hem namens betrokkene ingenomen standpunt ten aanzien van het voorliggend verzoek naar hetgeen door betrokkene daarover mondeling is opgemerkt, waarbij hij zich aansluit. Verder licht hij toe dat met betrokkene de mogelijkheid tot het indienen van een verklaring houdende referte is besproken, maar dat - conform de wens van betrokkene - ervoor is gekozen hem in de gelegenheid te stellen zijn standpunt mondeling naar voren te brengen.

4.Beoordeling

4.1
Uit de overgelegde stukken en het behandelde tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van middel gerelateerde en verslavingsstoornissen en persoonlijkheidsstoornissen. Door of namens betrokkene is de voormelde stoornis als zodanig niet betwist.
4.2
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang. Er is sprake van (het risico op) dit ernstig nadeel wanneer betrokkene een terugval kent en door hem overmatig alcohol-houdende drank wordt gebruikt. Betrokkene vertoont op die momenten zodanig destructief gedrag dat hij zijn gezondheid en ook zijn relaties op het spel zet.
4.3
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
4.4
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene is met name wanneer hij een terugval kent en er sprake is van overmatige inname van alcoholhoudende drank niet in staat bedoelde zorg te accepteren en/of daaraan mee te werken. Om die reden is verplichte zorg nodig.
4.5
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vorm van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
4.6
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.7
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
4.8
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden.

5.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1974 te [geboorteplaats];
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals genoemd in rechtsoverweging 4.5 kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 april 2025.
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. De Kroon, rechter en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2024 in tegenwoordigheid van Baremans als griffier, en op
30 april 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.