Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren zonder vergunning op een vergunninghoudersparkeerplaats aan de Marksingel te Breda op 27 juni 2022. Betrokkene voerde aan dat de zone niet exclusief voor vergunninghouders was, maar de verklaring van de verbalisant en de situatiefoto's bevestigden dat de boete terecht was opgelegd.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond en dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormde. Betrokkene bracht geen specifieke feiten aan die twijfel konden zaaien over de juistheid van de verklaring. Wel stelde de kantonrechter vast dat de officier van justitie de hoorplicht had geschonden door betrokkene niet te horen, wat leidde tot vernietiging van diens beslissing.
Daarom werd het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd vanwege de structurele schending van de hoorplicht. Het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling werd terugbetaald. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.