Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 1 ten laste gelegde feit;
een gevangenisstraf van 85 dagen;
een taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
niet-ontvankelijkin de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
€ 173,29aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2023 tot aan de dag der voldoening;
3 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
€ 150,00aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2023 tot aan de dag der voldoening;
3 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
€ 280,22, waarvan € 30,22 aan materiële schade en € 250,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2023 tot aan de dag der voldoening;
5 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
wijst de materiële vorderingvan de benadeelde partij
af;
[slachtoffer 7] niet-ontvankelijkin de
immateriële vorderingen bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;