Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 2 primair tenlastegelegde feit;
een taakstraf van 200 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
100 dagen;
een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
€ 3.711,39, waarvan € 711,39 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 april 2024 tot aan de dag der voldoening en € 3.000,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2022 tot aan de dag der voldoening;