ECLI:NL:RBZWB:2024:3071

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 april 2024
Publicatiedatum
10 mei 2024
Zaaknummer
10835996 \ MB VERZ 23-690
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:8 APV gemeente OosterhoutWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens ontbreken aanwijzingsbesluit

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het parkeren van een voertuig dat langer was dan toegestaan op een plek in Oosterhout. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 4 april 2024 verscheen alleen de vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie. De kantonrechter stelde vast dat niet was komen vast te staan dat de gedraging, het parkeren van een te lang voertuig op de betreffende locatie, verboden was. Dit omdat het college geen aanwijzingsbesluit had genomen waarin de verboden parkeerplaatsen waren aangewezen.

Het ontbreken van dit aanwijzingsbesluit betekent dat het parkeerverbod niet rechtsgeldig was opgelegd. Daarom werd de boete vernietigd en het betaalde bedrag van €109,- terugbetaald. De uitspraak is in het openbaar gedaan en tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens het ontbreken van een aanwijzingsbesluit.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10835996 \ MB VERZ 23-690
CJIB-nummer : 7062 5422 4894 6542
uitspraakdatum : 4 april 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
[adres]
[woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [naam]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 april 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C.M. Oostdam (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven:
zonder ontheffing parkeren van een voertuig langer dan 6 meter/ hoger dan 2,4 meter op een plaats waar dit verboden is op het Bijsterveld te Oosterhout op 27 maart 2022 om 19:16 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Gemachtigde is eigenaar van het bedrijf en parkeert al acht jaar op deze plek. Na 8 jaar is er een buurtbewoner die hier werk van heeft gemaakt. De hoogte van het voertuig is in orde, alleen is het voertuig 10 centimeter te lang. Hij parkeert er nog steeds. De huidige handhaving gedoogt het voertuig van betrokkene op deze plek. Hij stelt dat er een afspraak is dat hij hier mag staan.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De zittingsvertegenwoordiger heeft geen aanwijzingsbesluit kunnen vinden. De boete is gelet op het ontbreken van een aanwijzingsbesluit ten onrechte opgelegd.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is het volgende van belang.
De boete is opgelegd voor het - kort samengevat - parkeren van een te groot voertuig op een aangewezen plaats.
In artikel 5:8, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening APV van de gemeente Oosterhout is hierover bepaald:
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkerenop een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. Hieruit volgt dat het college een zogenaamd aanwijzingsbesluit moet nemen waarin is opgenomen voor welke plaatsen in de gemeente dit verbod geldt.
De kantonrechter en de zittingsvertegenwoordiger hebben een dergelijk aanwijzingsbesluit echter niet kunnen vinden. Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat betrokkene ter plaatse niet mocht parkeren, zodat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: