Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het afslaan zonder het geven van richting aan te geven op de Gravenstraat te Breda op 3 juni 2023 om 00:20 uur. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat het voertuig ten tijde van de overtreding was verhuurd en dat de boete ten onrechte aan betrokkene als kentekenhouder was opgelegd. Ook werd betoogd dat het pleegtijdstip mogelijk onjuist was genoteerd en dat de geboortedatum van de huurder niet vereist is voor de afhandeling.
De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de overtreding heeft plaatsgevonden en dat de tijdstippen juist zijn vastgesteld. Betrokkene kon niet aantonen dat het voertuig bedrijfsmatig was verhuurd op het moment van de overtreding, noch wie de bestuurder was. De verhuurovereenkomst die werd overgelegd kwam niet overeen met het tijdstip van de overtreding.
Daarom is de boete terecht aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd en is het beroep ongegrond verklaard. Tevens is het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd.