Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het niet dragen van een goedgekeurde helm op een bromfiets op 3 juni 2023 te Breda. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat het voertuig ten tijde van de overtreding was verhuurd en dat de boete ten onrechte aan betrokkene als kentekenhouder was opgelegd. Tevens werd gesteld dat het tijdstip van de overtreding mogelijk onjuist was genoteerd en dat de geboortedatum van de huurder niet vereist is voor de procedure.
De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de overtreding heeft plaatsgevonden en dat het tijdstip juist is vastgesteld. Betrokkene heeft onvoldoende bewijs geleverd dat het voertuig bedrijfsmatig was verhuurd op het moment van de overtreding, waardoor de boete terecht aan betrokkene is opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft aan betrokkene opgelegd.