Eiser heeft op 22 juni 2023 beroep ingesteld tegen drie onderdelen, waaronder twee beroepen wegens niet tijdig beslissen op Woo-verzoeken van 5 en 15 mei 2023. De rechtbank beoordeelt de beroepen tegen het niet tijdig beslissen op deze Woo-verzoeken afzonderlijk.
Voor het verzoek van 5 mei 2023 stelt de rechtbank vast dat dit geen Woo-verzoek betreft, maar een verzoek tot publicatie van een brief op een website, waardoor geen wettelijke beslistermijn is gaan lopen. Dit beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Voor het verzoek van 15 mei 2023 is het beroep wel tijdig en ontvankelijk ingesteld, maar het college heeft na het instellen van het beroep alsnog op 27 juni 2023 een besluit genomen. De rechtbank oordeelt dat eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het niet tijdig beslissen en verklaart ook dit beroep niet-ontvankelijk.
Eiser is het niet eens met het besluit van 27 juni 2023, maar omdat de inhoudelijke standpunten nog onvoldoende zijn besproken, verwijst de rechtbank het beroep tegen dit besluit terug naar het college ter behandeling als bezwaar. Tevens moet het college het griffierecht aan eiser vergoeden.