ECLI:NL:RBZWB:2024:3108
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 14 mei 2024 uitspraak gedaan in het beroep van eiser tegen het besluit van het UWV van 29 juni 2023, waarin de toekenning van een WIA-uitkering per 22 maart 2022 werd geweigerd. Het UWV baseerde het besluit op de vaststelling dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Eiser was werkzaam als verkoopadviseur en meldde zich ziek op 24 maart 2020. Na een medische beoordeling door een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) en een arbeidsdeskundige b&b werd geconcludeerd dat eiser weliswaar klachten heeft, maar dat deze niet leiden tot zodanige beperkingen dat hij voor meer dan 35% arbeidsongeschikt is. De verzekeringsarts b&b nam beperkingen op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren aan, maar vond de cognitieve beperkingen onvoldoende onderbouwd.
Eiser stelde dat zijn mentale klachten onvoldoende waren meegewogen en dat de medische verklaringen van zijn zorgverleners niet adequaat waren betrokken. De rechtbank oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld, mede gelet op de Functionele Mogelijkheden Lijst van 19 juni 2023.
De arbeidsdeskundige b&b stelde dat de functies die ten grondslag lagen aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid geschikt waren. Omdat eiser geen concrete gronden tegen de berekening aanvoerde, concludeerde de rechtbank dat de mate van arbeidsongeschiktheid juist was vastgesteld en dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding noch griffierecht terug.
De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is.