Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
via een videoverbinding.
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 2006 te [geboorteplaats] ;
15 mei 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 24 april 2024 een beschikking gegeven tot voortzetting van een crisismaatregel voor betrokkene, een minderjarige geboren in 2006, die verblijft in een psychiatrische accommodatie. De maatregel is gebaseerd op een verzoek van de officier van justitie, met het oog op het afwenden van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een psychische stoornis en middelenmisbruik.
Betrokkene betwist het bestaan van een stoornis en verzet zich tegen de voortzetting van de opname, wenst terug te keren naar een vriendin en haar leven weer op te pakken. De GZ-psycholoog en verpleegkundige rapporteren echter een manisch beeld met impulsief gedrag, middelengebruik, en incidenten waaronder het verkopen van verdovende middelen en het weglopen van de afdeling. Er is sprake van een bipolaire stoornis met (hypo)manische decompensatie, comorbide persoonlijkheidsstoornis en posttraumatische stressstoornis.
De rechtbank oordeelt dat het vermoeden van een psychische stoornis en het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel voldoende is aangetoond. De voorgestelde verplichte zorg, waaronder medicatietoediening, toezicht, bewegingsbeperking en onderzoek op middelengebruik, is noodzakelijk, evenredig en effectief. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De machtiging wordt verlengd voor drie weken tot en met 15 mei 2024.
De beschikking is mondeling gegeven door rechter Van de Poll en schriftelijk uitgewerkt op 8 mei 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken verleend vanwege ernstig psychisch nadeel en middelenmisbruik.