Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1962 te [geboorteplaats] ;
29 mei 2024.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 8 mei 2024 uitspraak gedaan over het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel ingevolge artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een bipolaire-stemmingsstoornis met manisch psychotische kenmerken.
Tijdens de mondelinge behandeling, gehouden in de accommodatie van Stichting Emergis, waar betrokkene verblijft, werd betrokkene gehoord, bijgestaan door haar advocaat, evenals diverse medische deskundigen. De officier van justitie was niet aanwezig. Betrokkene gaf aan dat zij de voortzetting van de crisismaatregel wenst vanwege haar veiligheid, mede door gevoelens van achtervolging.
De rechtbank stelde vast dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel, veroorzaakt door gedrag voortvloeiend uit de psychische stoornis. De voorgestelde verplichte zorgmaatregelen zijn noodzakelijk, evenredig en effectief, en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. Daarom werd de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 29 mei 2024.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 29 mei 2024 met de opgelegde verplichte zorgmaatregelen.