ECLI:NL:RBZWB:2024:3147
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen handhavingsverzoek
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van Breda op zijn verzoek om handhavend op te treden tegen het zonder vergunning organiseren van een braderie.
De rechtbank overweegt dat volgens artikel 6:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) eerst een ingebrekestelling vereist is voordat beroep kan worden ingesteld bij niet tijdig beslissen. Eiser heeft geen ingebrekestelling overgelegd en heeft bovendien een onredelijke beslistermijn van zeven dagen gesteld, terwijl de braderie pas eind mei plaatsvindt.
De rechtbank acht een redelijke beslistermijn tot uiterlijk 17 mei 2024 passend, zodat eiser tijdig rechtsmiddelen kan aanwenden. Gelet hierop had eiser redelijkerwijs eerst een ingebrekestelling moeten sturen. Omdat dit niet is gebeurd, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders en griffier N. van Asten op 15 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een ingebrekestelling voorafgaand aan het beroep.