Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De burgemeester van de gemeente Breda
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van Breda op zijn verzoek om handhavend op te treden tegen het zonder vergunning organiseren van een braderie aan een adres in Breda.
Daarnaast verzocht eiser om een voorlopige voorziening om het evenement te voorkomen. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting.
De voorzieningenrechter concludeerde dat geen spoedeisend belang meer bestond omdat het beroep op 15 mei 2024 kennelijk niet-ontvankelijk was verklaard. Hierdoor was het verzoek om voorlopige voorziening niet toewijsbaar.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 15 mei 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.