ECLI:NL:RBZWB:2024:3150
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen handhavingsverzoek
Eisers hebben bij de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van Breda een verzoek ingediend om handhavend op te treden tegen het zonder vergunning organiseren van een braderie van 24 tot en met 26 mei 2024. Omdat verweerders niet tijdig op dit verzoek hebben beslist, stelden eisers beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 6:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een ingebrekestelling vereist is voordat beroep kan worden ingesteld tegen het niet tijdig beslissen. Eisers hebben echter geen ingebrekestelling overgelegd. Daarnaast acht de rechtbank de door eisers gestelde beslistermijn van zeven dagen onredelijk kort en stelt een termijn tot 17 mei 2024 passend.
Omdat eisers redelijkerwijs hadden moeten in gebreke stellen en dit niet hebben gedaan, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders op 15 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een ingebrekestelling bij het niet tijdig beslissen op het handhavingsverzoek.