Verdachte was betrokken bij een poging tot afpersing van het slachtoffer op 2 maart 2023, waarbij hij samen met een medeverdachte het slachtoffer bedreigde en dwong tot afgifte van geld en auto's. Dit vond plaats in het autobedrijf van het slachtoffer, waarbij camerabeelden en getuigenverklaringen de bedreigende sfeer bevestigen. De volgende dag werd een groep van zes personen, waaronder verdachte, door de politie aangehouden bij een poging het dreigement uit te voeren.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de afpersing in januari 2023 wegens onvoldoende bewijs en van de wederrechtelijke vrijheidsberoving omdat het bewijs daarvoor niet overtuigend was. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte een replica revolver in zijn woning had, wat strafbaar is volgens de Wet wapens en munitie.
De rechtbank achtte de verklaring van het slachtoffer en het bewijsmateriaal overtuigend voor de poging tot afpersing met bedreiging. De verdediging voerde aan dat er sprake was van een zakelijk geschil en onbetrouwbare verklaringen, maar dit werd door de rechtbank niet gevolgd. Verdachte werd gezien als initiator en organisator van de poging tot afpersing.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 10 maanden op, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, rekening houdend met de ernst van de feiten, de rol van verdachte, zijn strafblad en persoonlijke omstandigheden. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht. Het nepvuurwapen werd onttrokken aan het verkeer.