ECLI:NL:RBZWB:2024:3204
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarden en aanslagen OZB bedrijfsgebouwen gemeente Waalwijk
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarden van twee bedrijfsgebouwen in de gemeente Waalwijk, respectievelijk vastgesteld op €210.000 en €385.000 per 1 januari 2021. Tevens is beroep ingesteld tegen de daarbij behorende aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) voor het jaar 2022.
De rechtbank heeft de beroepen op 14 maart 2024 behandeld en beoordeelt of de WOZ-waarden te hoog zijn vastgesteld aan de hand van de door belanghebbende aangevoerde beroepsgronden. Belanghebbende stelt lagere waarden voor en voert onder meer aan dat de gebruikte oppervlakten onjuist zijn en dat onvoldoende rekening is gehouden met de bouwkwaliteit van de panden. De heffingsambtenaar heeft de waardebepaling onderbouwd met taxatierapporten waarin de vergelijkingsmethode is toegepast met referentieobjecten.
De rechtbank oordeelt dat de gebruikte referentieobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar de verschillen tussen de panden en referenties inzichtelijk heeft gemaakt. De oppervlakteverschillen worden verklaard door het verschil tussen netto- en bruto-maten. De stellingen over slechte bouwkwaliteit zijn onvoldoende onderbouwd met toetsbare feiten. Ook de aangevoerde lagere referentieprijzen leiden niet tot een verlaging van de WOZ-waarden. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond, waardoor de vastgestelde WOZ-waarden en aanslagen OZB gehandhaafd blijven.
Uitkomst: De beroepen tegen de vastgestelde WOZ-waarden en aanslagen OZB worden ongegrond verklaard en de waarden blijven gehandhaafd.