Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder feit 1 en 2 tenlastegelegde feiten;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 24 januari 2024 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het helen van twee gestolen auto’s. De tenlastelegging werd gewijzigd en de zaak werd inhoudelijk besproken op 10 januari 2024. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten toegelicht.
De politie trof verdachte aan in een Volkswagen Polo met twee medeverdachten die autosleutels bij zich hadden die pasten op twee gestolen voertuigen. Verdachte verklaarde niets te weten van de criminele herkomst van de autosleutels en gaf een vaag verhaal over zijn aanwezigheid. Hoewel de situatie verdacht was, oordeelde de rechtbank dat het bewijs onvoldoende was om betrokkenheid wettig en overtuigend vast te stellen.
De officier van justitie concludeerde zelf dat er onvoldoende wettig bewijs was en vorderde vrijspraak. De verdediging benadrukte eveneens het ontbreken van bewijs voor opzetheling. De rechtbank volgde deze lijn en sprak verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij heling van twee gestolen auto’s.