De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 2 mei 2024 uitspraak gedaan in een rekestprocedure inzake het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. Betrokkene was niet bereid zich volledig te laten horen, maar werd wel kort gehoord bij de deuropening. De mondelinge behandeling vond deels bij de voordeur van betrokkene plaats vanwege zijn weigering om binnen te komen.
Uit de medische stukken en verklaringen van betrokken zorgprofessionals blijkt dat betrokkene lijdt aan meerdere psychische stoornissen, waaronder schizofrenie en verslavingsstoornissen, met ernstige gevolgen zoals verwaarlozing, agressief gedrag en gevaar voor zichzelf en anderen. Betrokkene ontkent de stoornis en weigert vrijwillige zorg, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is.
De rechtbank acht de gevraagde vormen van verplichte zorg, zoals medicatietoediening, medische controles, insluiting en toezicht, passend en noodzakelijk om ernstig nadeel af te wenden en de gezondheid te stabiliseren. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De machtiging wordt verleend voor de duur van twaalf maanden, met de beperking dat sommige maatregelen alleen bij opname toegepast mogen worden. Het verzoek tot aanvullende medische handelingen wordt afgewezen wegens onvoldoende motivatie.
De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt, met de mogelijkheid tot cassatie. Hiermee wordt beoogd betrokkene in zijn woning te laten verblijven met de noodzakelijke zorg en beperkingen om zijn situatie te stabiliseren en verdere schade te voorkomen.