Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1961 te [geboorteplaats] ;
23 mei 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 2 mei 2024 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die kampt met ernstige depressieve episodes en een sterke doodswens.
Betrokkene verzet zich tegen voortzetting van de maatregel en wil geen verdere behandeling of opname meer, terwijl de psychiater en arts bevestigen dat er een reëel risico op overlijden bestaat door suïcidepogingen en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden.
De rechtbank concludeert dat er sprake is van een psychische stoornis met onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, dat minder bezwarende alternatieven ontbreken en dat de voorgestelde verplichte zorg proportioneel en effectief is.
Daarom wordt de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 23 mei 2024, met de mogelijkheid tot het toepassen van specifieke vormen van verplichte zorg zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht en opname in een accommodatie.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel tot en met 23 mei 2024 met specifieke vormen van verplichte zorg.