De brancheorganisatie BO Akkerbouw vorderde dat een niet-aangesloten akkerbouwer (gedaagde) wordt veroordeeld tot nakoming van de verplichting tot registratie en gegevensverstrekking op grond van algemeen verbindend verklaarde regelingen die door de minister van LNV zijn vastgesteld. De akkerbouwer betwistte de rechtmatigheid van deze besluiten, de representativiteit van BO Akkerbouw en stelde dat hij geen voordeel zou hebben van het programma, alsmede dat zijn privacy in het geding zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de besluiten tot algemeen verbindend verklaring rechtmatig zijn genomen en dat de minister van LNV bevoegd was tot het nemen van deze besluiten. Het representativiteitsvereiste was volgens de rechtbank voldoende onderbouwd en het voordeel van het programma betreft een algemeen economisch belang, niet een concrete tegenprestatie. De privacy van de akkerbouwer wordt niet geschonden omdat alleen noodzakelijke gegevens over het landbouwbedrijf worden verwerkt.
De rechtbank veroordeelde de akkerbouwer om binnen tien dagen de registratieformulieren over de jaren 2018-2021 volledig ingevuld en ondertekend aan BO Akkerbouw te verstrekken, inclusief een kopie van de gecombineerde opgave voor 2021. Tevens werd een dwangsom opgelegd en werd de akkerbouwer veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De vordering tot registratie via een machtiging in het machtigingenregister werd afgewezen wegens ontbrekende wettelijke grondslag.