ECLI:NL:RBZWB:2024:3252

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 mei 2024
Publicatiedatum
17 mei 2024
Zaaknummer
10669611 CV EXPL 23-2821 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Ebben
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens niet bewezen levering consumentenkoop

Alektum Capital II AG heeft een vordering ingesteld tegen gedaagde wegens niet betaalde koopprijs van goederen. De rechtbank heeft onderzocht of de goederen daadwerkelijk aan gedaagde zijn geleverd, wat een voorwaarde is voor de verschuldigdheid van de koopsom volgens artikel 26 lid 2 BW Pro.

Tijdens de procedure heeft gedaagde aangevoerd dat hij de bestelling niet heeft ontvangen en dat hij geen contact heeft opgenomen met de verkoper hierover. Alektum kon niet aantonen dat de bestelling door de verkoper aan gedaagde was toegezonden en dat deze bij gedaagde was aangekomen.

De kantonrechter concludeert dat Alektum haar stellingen onvoldoende heeft onderbouwd en dat de vordering daarom niet toewijsbaar is. Ook de nevenvorderingen worden afgewezen. Alektum wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.

Uitkomst: De vordering van Alektum wordt afgewezen wegens het ontbreken van bewijs van levering.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Breda
zaak/rolnr.: 10669611 CV EXPL 23-2821
vonnis d.d. 8 mei 2024
inzake
de vennootschap naar buitenlands recht Alektum Capital II AG,
gevestigd en kantoorhoudende te Zug (Zwitserland),
eiseres,
gemachtigde: [gemachtigde] B.V. te [plaats] ,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonadres] ,
gedaagde,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna aangeduid als “Alektum” en “ [gedaagde] ”.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. het tussenvonnis in deze zaak van 3 januari 2024 met de daarin genoemde processtukken;
b. de akte van Alektum van 31 januari 2024;
c. de rolbeslissing van 21 februari 2024;
d. de brief van 2 april 2024 van [gedaagde] .

2.De verdere beoordeling

2.1
Bij voormeld vonnis heeft de kantonrechter Alektum in de gelegenheid gesteld op het verweer van [gedaagde] te reageren. Ook heeft de kantonrechter de vordering getoetst aan de geldende consumentenwetgeving en Alektum in de gelegenheid gesteld op haar constateringen te reageren.
2.2
In reactie op het verweer van [gedaagde] voert Alektum aan dat zij er niet van op de hoogte was dat de bestelling niet zou zijn ontvangen. [gedaagde] onderbouwt ook niet dat hij daar contact over heeft opgenomen met de verkoper en/of Alektum. Bovendien is dit verweer pas bij dupliek gevoerd.
2.3
De kantonrechter overweegt dat uit de stukken van [gedaagde] volgt dat hij per abuis van de verkeerde bestelling is uitgegaan bij antwoord, zodat het niet vreemd is dat hij bij dupliek pas verweer voerde tegen de juiste bestelling. Dat is ook de reden dat Alektum in de gelegenheid is gesteld op dat verweer te reageren.
2.4
Voorts is de kantonrechter van oordeel dat het juist aan Alektum is om aan te tonen dat [gedaagde] de bestelling heeft geplaatst, de verkoper de bestelling aan [gedaagde] heeft toegezonden en dat de bestelling bij [gedaagde] is aangekomen. De koopsom van de goederen is in beginsel immers pas (volledig) verschuldigd op het moment dat de goederen worden afgeleverd (artikel 26 lid 2 BW Pro). Nu Alektum haar stellingen op dit punt niet verder heeft onderbouwd, kan niet worden vastgesteld dat de verkoper terecht een vordering had op [gedaagde] . De hoofdsom is niet toewijsbaar. Dit leidt ertoe dat ook de nevenvorderingen niet zullen worden toegewezen.
2.5
De overige stellingen en weren behoeven geen bespreking meer.
2.6
Alektum is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 50,00 verletkosten.

3.De beslissing

De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt Alektum in de kosten van dit geding, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 50,00 verletkosten;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2024.