ECLI:NL:RBZWB:2024:3266

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 mei 2024
Publicatiedatum
21 mei 2024
Zaaknummer
BRE 23/121
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet waardering onroerende zaken
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen WOZ-waarde woning in Goes

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Goes, vastgesteld op €183.000 per 1 januari 2021. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde en legde aanslagen onroerendezaakbelasting en rioolheffing op voor 2022.

De rechtbank beoordeelde het beroep op 3 mei 2024. De heffingsambtenaar onderbouwde de WOZ-waarde met een taxatierapport van 5 april 2024, waarin drie referentiewoningen uit dezelfde plaats werden vergeleken. De taxateur waardeerde de woning op €195.000. De gemachtigde van belanghebbende erkende de juistheid van de referentiewoningen en de onderbouwing van de verschillen.

De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. De aanslagen blijven gehandhaafd, en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de aanslagen blijven gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/121

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 mei 2024 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de heffingsambtenaar van SaBeWa (gemeente Goes), de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 13 december 2022.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres 1] te [plaats] (de woning) op 1 januari 2021 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 183.000 (de WOZ-waarde). Met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslagen onroerendezaakbelastingen en rioolheffingen van de gemeente Goes voor het jaar 2022 opgelegd (de aanslagen).
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 3 mei 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende en namens de heffingsambtenaar mr. B. de Smit.

Overwegingen

2. Belanghebbende is eigenaar van de woning. Het betreft een in 1934 gebouwde twee-onder-een-kap woning met een gebruiksoppervlakte van 84 m² (inclusief aanbouw), een aangebouwde garage, een dakkapel en een tuinhuis. De woning is gelegen op een perceel van 180 m².
2.1.
De heffingsambtenaar heeft aan de waardevaststelling in beroep een waarderapport, opgemaakt op 5 april 2024 door [WOZ-taxateur] , ten grondslag gelegd (rapport). In dit rapport wordt verwezen naar de verkoopprijzen van een drietal ter vergelijking met de woning opgevoerde onroerende zaken, te weten [adres 2] (verkocht voor € 220.000), [adres 3] (verkocht voor € 270.000) en [adres 3] (verkocht voor € 191.001), alle gelegen te [plaats] . Het rapport is voorzien van beeldmateriaal van zowel de woning als voornoemde onroerende zaken (de referentiewoningen). Daarnaast is het rapport voorzien van een cijfermatig schematisch overzicht (hierna: de matrix) van zowel de woning als de referentiewoningen. In de matrix zijn de referentiewoningen vergeleken met de woning. In het rapport is de waarde van de woning getaxeerd op € 195.000.
2.2.
Ter zitting heeft de gemachtigde van belanghebbende verklaard geen kritiek te hebben op de referentiewoningen uit het ingebrachte rapport van de heffingsambtenaar, noch op de onderbouwing van de verschillen tussen de woning en de referentieobjecten. Daarnaast heeft de gemachtigde verklaard dat indien de heffingsambtenaar in de bezwaarfase de referentiewoningen uit het rapport had ingebracht, hij niet in beroep zou gaan. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar met het rapport aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de WOZ-waarde van de woning en de aanslagen gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. B.W. Liu, griffier, op 21 mei 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.