Eiseres was sinds 30 november 2019 arbeidsongeschikt door een verkeersongeval en ontving vanaf 3 april 2020 een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 1 maart 2021, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze beslissing.
De medische beoordeling berustte op rapporten van verzekeringsartsen van het UWV, die concludeerden dat eiseres weliswaar beperkingen heeft, maar geen urenbeperking. De rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en zag geen aanleiding om de beperkingen anders in te schatten, mede omdat de medische stukken die eiseres overlegde betrekking hadden op een latere datum dan de datum in geschil.
De arbeidsdeskundige van het UWV stelde dat eiseres geschikt is voor drie functies die passen bij haar beperkingen. Eiseres voerde aan dat deze functies niet aansluiten bij haar situatie, maar de rechtbank vond de motivering van het UWV overtuigend en concludeerde dat de functies passend zijn.
Op basis van deze functies en de vastgestelde belastbaarheid berekende het UWV dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waardoor het recht op Ziektewet-uitkering vervalt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af.