Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 mei 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Beoordeling door de rechtbank
Beroepsgronden.
Overwegingen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres betwistte de hoogte van het door het UWV vastgestelde dagloon voor haar WIA-uitkering, stellende dat het dagloon gebaseerd had moeten worden op haar inkomsten bij haar latere werkgever [school].
De rechtbank overwoog dat het dagloon wordt berekend aan de hand van het loon uit de referteperiode van één jaar voorafgaand aan de eerste ziektedag, welke in dit geval 18 oktober 2018 was. De inkomsten in deze periode bestonden uit loon uit verschillende dienstverbanden, waaronder een WW-uitkering en werk bij meerdere werkgevers.
Eiseres had geen rechtsmaatregelen genomen tegen eerdere besluiten waarin de referteperiode en het dagloon waren vastgesteld. Ook was zij niet hersteld verklaard op het moment dat zij bij [school] ging werken, en had zij zelf als eerste ziektedag 18 oktober 2018 opgegeven bij haar WIA-aanvraag.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht is uitgegaan van deze eerste ziektedag en de bijbehorende referteperiode, en dat het dagloon correct is berekend volgens de wettelijke bepalingen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, zonder toekenning van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van het dagloon voor de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.