Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem geen WIA-uitkering toe te kennen per 16 augustus 2022, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Het UWV baseerde dit besluit op medische rapporten van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige, waarin de beperkingen van eiser zijn vastgesteld en vertaald naar geschikte functies voor de arbeidsongeschiktheidsberekening.
Eiser stelde dat zijn beperkingen ernstiger zijn dan vastgesteld, onder meer door pijnklachten, medicijngebruik en noodzaak tot frequente rustpauzes. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) adequaat zijn vastgesteld, mede gebaseerd op medische informatie van behandelaars.
De rechtbank vond ook dat de geselecteerde functies passend zijn bij de belastbaarheid en opleiding van eiser. De berekening van de arbeidsongeschiktheid op basis van deze functies leidt tot een percentage van 29,61%, onder de 35% grens voor recht op WIA-uitkering.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij de vordering van eiser af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed.