Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 22 mei 2024 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
De arbeidskundige beoordeling
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser, werkzaam als productiemedewerker sinds 2017, vroeg een WIA-uitkering aan vanwege psychische en fysieke klachten. Het UWV weigerde de uitkering per 5 april 2022, omdat eiser geschikt werd geacht voor zijn eigen werk. De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsartsen, die de beperkingen van eiser objectief vaststelden in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
Eiser voerde aan dat zijn rug- en psychische klachten hem verhinderen zijn werk uit te voeren, met name door beperkingen in zitten en sociale interacties. De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht geen beperkingen toekende op aspecten zoals emotionele omgang en samenwerken, omdat deze klachten niet objectief medisch waren vastgesteld en niet overeenkomen met de aard van eisers psychische klachten.
De arbeidsdeskundige bevestigde dat eiser geschikt is voor zijn eigen werk zonder verlies van verdiencapaciteit. De rechtbank concludeerde dat er geen sprake is van arbeidsongeschiktheid in de zin van de Wet WIA en wees het beroep af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat eiser geschikt is voor zijn eigen werk per 5 april 2022.