ECLI:NL:RBZWB:2024:3302
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen besluit beperking persoonsgebonden budget zorginkoop
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen besluiten van 19 maart 2024 waarbij aan haar cliënten is meegedeeld dat zij met hun persoonsgebonden budget (pgb) geen zorg bij haar mogen inkopen. Zij stelt dat er sprake is van een financiële noodsituatie vanwege beslag op haar vermogen en lagere vergoedingen via onderaanneming, met het risico op faillissement en vertrek van cliënten en medewerkers.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld dat de financiële problemen vooral het gevolg zijn van het beslag en niet direct van het verlies aan inkomsten uit het pgb. Verzoekster ontvangt nog steeds betalingen voor de verleende zorg, zij het lager dan via het pgb, maar heeft onvoldoende onderbouwd dat zij daardoor haar vaste lasten niet kan voldoen. Ook de dreiging van vertrek van cliënten en medewerkers is niet concreet onderbouwd.
Gezien het ontbreken van een voldoende spoedeisend belang wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De rechter benadrukt dat de voorlopige voorziening slechts bedoeld is om in afwachting van een bodemprocedure een tijdelijke maatregel te treffen en dat spoedeisendheid daarbij cruciaal is.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.