Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Veere wegens het niet voldoen van parkeerbelasting op 2 juli 2022. De heffingsambtenaar legde een naheffingsaanslag op van €68,90, bestaande uit €2,40 belasting en €66,50 aan kosten. Belanghebbende betwistte alleen het bedrag aan kosten en stelde dat de verhoging van het maximum bedrag niet rechtsgeldig was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ongegrond is. De locatie waar de auto geparkeerd stond is aangewezen als betaald parkeren en belanghebbende heeft geen parkeerbelasting voldaan. De rechtbank stelde vast dat de kostenraming door de gemeente correct was gemaakt en dat de wettelijke bepalingen omtrent de bekendmaking van het besluit niet leiden tot onverbindendheid van de kostenregeling.
De rechtbank concludeerde dat de naheffingsaanslag en het bedrag aan kosten terecht zijn opgelegd. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J.P.A. Boersma en griffier S. Garb op 24 mei 2024.