Uitspraak
1.Het procesverloop
- de moeder, bijgestaan door mr. Wouters;
- een vertegenwoordigster van de GI;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 11 april 2024 uitspraak gedaan in een zaak waarbij het gezag van de moeder over haar minderjarige kind werd beëindigd. De minderjarige verblijft sinds februari 2021 bij pleegouders vanwege ernstige zorgen over de opvoedsituatie thuis. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de beëindiging van het gezag en benoeming van de William Schrikker Stichting als voogd.
De moeder heeft sinds april 2023 het contact met de minderjarige volledig stopgezet en staat niet open voor hulpverlening, waardoor zij onvoldoende zicht heeft op de behoeften van het kind en niet in staat is om weloverwogen gezagsbeslissingen te nemen. De vader wenst geen betrokkenheid meer bij het kind. De Raad en de gecertificeerde instelling maken zich zorgen over de ontwikkeling van het kind en de gebrekkige communicatie van de moeder.
De rechtbank oordeelt dat het gezag van de moeder beëindigd moet worden omdat voortzetting schadelijk is voor de ontwikkeling van het kind en een lichtere maatregel onvoldoende is. De William Schrikker Stichting wordt benoemd als voogd om belangrijke beslissingen te nemen en contactherstel te bevorderen. De moeder blijft wel de moeder van het kind en wordt veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording over het vermogen van het kind aan de voogd.
Uitkomst: Het ouderlijk gezag van de moeder wordt beëindigd en de William Schrikker Stichting wordt benoemd als voogd over de minderjarige.