Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- de moeder, bijgestaan door mr. Kouijzer;
- de vader, bijgestaan door mr. Mink;
- twee vertegenwoordigsters van de GI.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen, geboren in 2014, 2016 en 2018, die bij hun moeder wonen. De ondertoezichtstelling is sinds 2020 meerdere malen verlengd en loopt momenteel tot 17 april 2024.
De GI stelt dat er nog steeds sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De gestelde doelen zijn nog niet volledig bereikt, onder meer vanwege aanhoudende conflicten tussen de ouders over omgang en communicatie. Ouderschapsbemiddeling is gestart maar zonder resultaat afgerond. De moeder ontvangt hulp voor haar opvoedcapaciteiten, maar de GI ziet onvoldoende groei en vreest dat de kinderen tussen de strijd van de ouders in blijven staan.
De ouders maken geen bezwaar tegen de verlenging. De kinderrechter oordeelt dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de veiligheid, voorspelbaarheid en structuur in de opvoedsituatie te waarborgen. De GI moet betrokken blijven om de ouders te sturen en verdere escalatie te voorkomen. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard om directe uitvoering te waarborgen.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de drie minderjarigen wordt verlengd tot 17 april 2025 en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.