Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 9 februari 2024;
- de e-mail met bijlagen van mr. Tiggelaar van 6 maart 2024.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een verzoek van de Stichting Jeugdbescherming West Zeeland tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een pleeggezin. De minderjarige is sinds juni 2023 onder toezicht gesteld en verblijft sinds juli 2023 in pleegzorg. De GI verzoekt verlenging van de machtiging tot het einde van de ondertoezichtstelling, omdat de opvoedvaardigheden van de ouders nog onderzocht worden via de module Goed Genoeg Ouderschap.
De moeder heeft een traumabehandeling afgerond en toont vooruitgang in haar emotionele stabiliteit en opvoedvaardigheden. Bezoeken met de moeder zijn uitgebreid en verlopen goed, hoewel de moeder nog bang is voor de vader en er geen communicatie tussen ouders is. De vader heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen bij de mondelinge behandeling.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging noodzakelijk is voor het belang van de minderjarige en dat eerst de resultaten van de opvoedmodule moeten worden afgewacht voordat terugplaatsing kan plaatsvinden. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de continuïteit van de pleegzorg te waarborgen.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 22 juni 2024 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.