Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verdere verloop van de procedure
- de bijzondere curator;
- de vader, bijgestaan door een tolk in de Syrische taal;
2.De feiten
3.Het verzoek
De standpunten
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen, geboren in 2009 en 2011, die momenteel verblijven in een woongroep in Nederland. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar de kinderen verblijven buiten het ouderlijk huis vanwege hun belangen.
De GI heeft verschillende opties voor een vervolgplek onderzocht, waarbij alleen een GGZ-instelling als mogelijke optie overbleef, maar deze locatie biedt geen verblijf samen met de oudere zus en is een doorstroomlocatie. De kinderen willen graag blijven waar ze nu zijn en ervaren onzekerheid over hun toekomst. De vader kan geen passende woonruimte bieden vanwege financiële beperkingen.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarigen. Het verplaatsen van de kinderen moet worden voorkomen om rust en voorspelbaarheid te waarborgen. De machtiging wordt verlengd tot 16 december 2024 en moet worden uitgevoerd op de huidige woongroep, ondanks onzekerheid over het voortbestaan daarvan. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de continuïteit van de zorg te waarborgen.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen wordt verlengd tot 16 december 2024 en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.