Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.De feiten
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2016.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen, ex-partners met gezamenlijk ouderlijk gezag over hun minderjarige kind, zijn in geschil over toestemming voor een vakantie naar Turkije. De moeder wil met het kind op vakantie, waarvoor de vader aanvankelijk toestemming gaf maar deze later introk vanwege zorgen over de veiligheid en opvoeding. De moeder had de vakantie al geboekt en betaald.
De vader baseert zijn zorgen op meldingen van de dochters van de moeder en een eerdere situatie waarin het kind alleen werd gelaten tijdens een vakantie. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert dat de zorgen van de vader oprecht zijn, maar ook dat de moeder soms andere prioriteiten lijkt te hebben dan de zorg voor het kind.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de zorgen onvoldoende ernstig zijn om de vakantie te verbieden en verleent vervangende toestemming aan de moeder. De proceskosten worden gecompenseerd en de gevorderde dwangsom wordt afgewezen. De rechter benadrukt het belang van herstel van vertrouwen en goede communicatie tussen ouders voor het welzijn van het kind.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verleent vervangende toestemming aan de moeder om met het minderjarige kind naar Turkije op vakantie te gaan.