Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Stichting Jeugdbescherming west Zeeland,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van twee minderjarigen vanwege ernstige bedreiging van hun ontwikkeling. De minderjarigen wonen bij hun moeder die het ouderlijk gezag heeft. De spanningen tussen de ouders leiden tot periodes zonder contact met de vader, wat schadelijk is voor de kinderen.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de moeder aan te twijfelen over de meerwaarde van de ondertoezichtstelling, terwijl de vader hiermee instemde en een vaste omgangsregeling wenst. De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro is voldaan, omdat vrijwillige hulpverlening onvoldoende resultaat bood en regievoering noodzakelijk is.
De beschikking stelt de minderjarigen voor twaalf maanden onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zeeland. De GI krijgt de opdracht om samen met de ouders te werken aan verbetering van de onderlinge verstandhouding en omgangsregeling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarigen onder toezicht voor twaalf maanden vanwege ernstige bedreiging van hun ontwikkeling door ouderconflict.