Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Stichting Jeugdbescherming west Zeeland,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om een ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen voor de duur van negen maanden vanwege ernstige bedreiging van hun sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling. De kinderen zitten klem tussen hun ouders door jarenlange conflicten en communicatieproblemen die ondanks vrijwillige hulpverlening niet zijn opgelost.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij beide ouders en vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling aanwezig waren, voerden de ouders geen verweer tegen het verzoek. De moeder benadrukte dat de focus van de ondertoezichtstelling op de ouders moet liggen en niet op de kinderen. De vader erkende de noodzaak van hulpverlening en gaf aan te willen werken aan betere communicatie en het stoppen met het inzetten van de kinderen als boodschappers.
De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro is voldaan. De kinderen worden ernstig in hun ontwikkeling bedreigd door de aanhoudende ouderlijke strijd en inzet als boodschappers. De kinderrechter nam de door de Raad gestelde doelen over, gericht op het verbeteren van de communicatie tussen ouders en het beschermen van de kinderen tegen spanningen.
De beschikking stelt de kinderen onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zeeland van 16 april 2024 tot 16 januari 2025 en verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad. De kinderrechter hoopt dat de ouders de situatie verbeteren en dat de gecertificeerde instelling de inzet van jeugdbeschermers zal beoordelen.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige kinderen onder toezicht voor negen maanden en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.