ECLI:NL:RBZWB:2024:3376

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 mei 2024
Publicatiedatum
24 mei 2024
Zaaknummer
21/4434
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 228 GemeentewetArt. 2 Verordening precariobelasting Schouwen-Duiveland 2020Art. 6 lid 4 Verordening precariobelasting Schouwen-Duiveland 2020Art. 12 Verordening precariobelasting Schouwen-Duiveland 2020
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen aanslag precariobelasting terras 2020

Belanghebbende, exploitant van een horecagelegenheid met een terras van 91 m2 op gemeentegrond, maakte bezwaar tegen de aanslag precariobelasting over 2020. De heffingsambtenaar had de aanslag opgelegd op basis van de vergunde oppervlakte van het terras.

Belanghebbende voerde aan dat vanwege coronamaatregelen het terras grote delen van het jaar niet gebruikt kon worden. De heffingsambtenaar stelde dat de gemeente rekening had gehouden met de coronabeperkingen door extra vierkante meters toe te staan, en dat de belasting werd geheven op basis van de vergunde oppervlakte, niet de feitelijke gebruiksoppervlakte.

De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar terecht de vergunning als uitgangspunt nam voor de berekening van de precariobelasting. Het feit dat het terras gedurende het hele jaar aanwezig bleef en dat de gemeente een uniform beleid voerde, rechtvaardigt de aanslag. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de aanslag blijft in stand en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.

Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag precariobelasting 2020 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Middelburg
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 21/4434
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] VOF h.o.d.n. " [bedrijf] "uit [plaats] , belanghebbende
(gemachtigde mr. J.L. Post, verbonden aan Bizz Solutions B.V.),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Schouwen-Duiveland,de heffingsambtenaar

1.Inleiding

1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 8 september 2021
1.2.
De heffingsambtenaar heeft op 30 juni 2021 aan belanghebbende (onder meer) een aanslag precariobelasting over het jaar 2020 opgelegd met [aanslagnummer] .
1.3.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.4.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 17 januari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen [naam 1] namens belanghebbende en [naam 2] als gemachtigde. Namens de heffingsambtenaar was [naam 3] aanwezig.

2.Feiten

2.1.
Belanghebbende exploiteert een horecagelegenheid aan [adres] van [plaats] . Zij beschikt over een terrasvergunning voor 91 m2, gelegen op gemeentegrond. Aan belanghebbende is met dagtekening 30 juni 2021 voor het terras een aanslag precariobelasting opgelegd ten bedrage van € 4.450,81. De aanslag is gebaseerd op een terras van 91 m2.

3.Beoordeling door de rechtbank

3.1.
Ingevolge artikel 228 van Pro de Gemeentewet en artikel 2 van Pro de Verordening precariobelasting Schouwen-Duiveland 2020 (de Verordening) kan ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, een precariobelasting worden geheven. Het tarief van de precariobelasting is voor terrassen opgenomen in de bij de Verordening behorende tarieventabel en bedraagt € 48,91 per m2 per jaar voor [plaats] .
3.2.
Artikel 6, vierde lid, van de Verordening bepaalt dat indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, voor de berekening van de precariobelasting wordt aangesloten bij die vergunning. Artikel 12 bepaalt Pro dat geen kwijtschelding wordt verleend bij de invordering van precariobelasting.
3.3.
Niet in geschil is dat belanghebbende een vergunning is verleend voor het hebben van een terras van 91 m2 op gemeentegrond. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de heffingsambtenaar die vergunning terecht als uitgangspunt heeft gehanteerd voor de berekening van de precariobelasting.
3.4.
Belanghebbende stelt – kort samengevat – dat zij in 2020 grote delen van het jaar geen gebruik heeft kunnen maken van het terras vanwege de geldende coronamaatregelen. De heffingsambtenaar geeft aan dat de gemeenteraad rekening heeften gehouden met de beperkingen van de coronamaatregelen door waar mogelijk extra vierkante meters ter beschikking te stellen zodat de capaciteit met inachtneming van de 1,5-meter-regel behouden kon blijven.
3.5.
Ter zitting is nog gebleken dat de terrasvoorzieningen van belanghebbende gedurende het gehele jaar 2020 aanwezig zijn gebleven. De heffingsambtenaar heeft daarnaast nog verklaard dat in de hele gemeente de precariobelasting voor terrassen is geheven op basis van de vergunde oppervlakte en niet op basis van de ten tijde van de corona-periode feitelijk in gebruik zijnde vierkante meters, juist om meer ruimte te bieden aan horecaondernemers. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar geen onjuiste toepassing gegeven aan de bepalingen van de Verordening door voor de berekening van de precariobelasting uit te gaan van het aantal aan belanghebbende vergunde vierkante meters voor het hebben van een terras. Dat andere gemeenten een ander beleid hebben gevoerd voor wat betreft de tegemoetkoming aan horecaondernemers doet aan de vrijheid van deze gemeente niet af.

4.Conclusie en gevolgen

4.1.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de aanslag precariobelasting voor he terras in stand blijft. Belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug. Ook krijgt zij geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.P.A. Boersma, rechter, in aanwezigheid van R.P.H. Bukkems, griffier, op 15 mei 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “
Formulieren en inloggen” op
www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.